Sébastien Ninite
Directeur Verpleegkundig Departement
SARS-CoV-2-pandemie en tekort aan verpleegkundigen
Begin maart 2020 werd het ziekenhuisnoodplan (ZNP) in alle ziekenhuizen van het land geactiveerd om het hoofd te bieden aan de SARS-CoV-2-pandemie. We konden toen niet vermoeden dat het plan twee jaar later nog steeds van toepassing zou zijn, aldus Sébastien Ninite, directeur van het departement Verpleegkunde en van de Ziekenhuiszorg (CHU de Charleroi). De werking van het ziekenhuis moest grondig worden herzien om de opeenvolgende golven én het absenteïsme onder het personeel te kunnen opvangen.
Richtlijnen voor de ziekenhuizen werden opgesteld door een nieuw gecreëerd Comité Hospital & Transport Surge Capacity (CHTSC). Het volgen van deze richtlijnen vereiste veel wijzigingen en een groot aanpassingsvermogen van de teams en de hiërarchisch verantwoordelijken. In dit artikel focust de auteur op een van de grootste problemen van de ziekenhuizen: hoe de zorgcontinuïteit garanderen in een context van 'tekort' aan verpleegkundigen, terwijl de richtlijnen van het CHTSC vragen om de beddencapaciteit in intensieve zorg op te drijven?
Een rapport van het KCE (Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg) benadrukt in zijn kernboodschappen “dat de ziekenhuizen zeer grote inspanningen hebben geleverd om hospitalisatiecapaciteit vrij te maken en te creëren, in het bijzonder op intensieve zorg, voor COVID-19-patiënten. De beschikbaarheid en motivatie van het zorgpersoneel (medisch, verpleegkundig, verzorgend, ondersteunend, enz.) bleken daarbij doorslaggevend.”
In dit artikel bespreken we één van de grootste uitdagingen voor de ziekenhuizen: hoe de continuïteit van de zorg te waarborgen in een context van verpleegkundig ‘tekort’, terwijl de richtlijnen van het CHTSC ons vragen onze capaciteit aan intensieve-zorgbedden te verhogen?
Andere problemen doken eveneens op, zoals moeilijkheden bij de bevoorrading van materiaal en medicatie, het beheer van agressie, het isolement van patiënten, het omgaan met levenseinde, burn-out, het aanvankelijk erkennen en nadien niet-erkennen van zorgprofessionals, en de gevolgen van uitgestelde zorg... Deze thema’s worden echter niet behandeld in dit artikel.
Een rapport van het KCE benadrukt in zijn kernboodschappen “dat de ziekenhuizen zeer grote inspanningen hebben geleverd om hospitalisatiecapaciteit vrij te maken.”
Een onoplosbare vergelijking?
We pretenderen niet oplossingen aan te reiken, maar willen eenvoudigweg onze ervaring delen en mogelijke pistes voor verbetering naar voren schuiven voor de toekomst [Figuur 1].
Ten eerste bevinden we ons in een context van een verpleegkundig ‘tekort’, versterkt door het invoeren van het witte jaar na de hervorming van het onderwijs, maar ook door een gebrek aan erkenning en positieve visie op het beroep in de politieke discours. De grootste uitdaging is vooral de retentie van verpleegkundigen, die sinds de pandemie is verslechterd: vermindering van werktijden, loopbaanonderbrekingen en beroepsheroriëntaties.
Daarbovenop heeft het absenteïsme de noden van de zorgafdelingen nog verergerd. In het CHU van Charleroi bleef het absenteïsme onder controle tot de komst van de Omikron-golf. Die laatste decimeerde de teams, met absenteïsmecijfers tot 40% in bepaalde diensten. Ter vergelijking: tijdens de eerste golf was het absenteïsme nog nooit zo laag geweest (bijna 0%).
Daarnaast vroeg het CHTSC de ziekenhuizen om de capaciteit voor intensieve zorg van COVID-19-patiënten te verhogen. Voor het CHU van Charleroi betekende dit dat, bovenop de 54 intensieve-zorgbedden die we nauwelijks konden openen wegens gebrek aan verpleegkundig personeel, extra intensieve-zorgbedden moesten worden geopend in de ontwaakzaal en een tijdelijke hospitalisatiezone op de spoedgevallendienst.
De bottleneck was niet de infrastructuur (aantal bedden, ruimtes, materiaal), maar het aantal gekwalificeerde verpleegkundigen.
Een verpleegkundige is niet polyvalent en kan niet in alle disciplines deskundig zijn: intensieve zorg en spoedgevallen, oncologie, pediatrie en neonatologie, geriatrie… Dit is een essentieel punt dat men in gedachten moet houden bij het zoeken naar oplossingen, als we een bepaalde kwaliteit van zorg en de veiligheid van de patiënten willen behouden.
Bovendien kan de werkbelasting die gepaard gaat met de zorg voor COVID-patiënten drie- tot viermaal hoger liggen. Ter illustratie: op de dienst intensieve zorg van het CHU van Charleroi waren er in 2019 (pre-pandemie) 93 ECMO-dagen, tegenover ongeveer 700 in 2021.
Ten vierde heeft de opeenvolging van golven geleid tot stress en uitputting. Het aantal overuren explodeerde. Het personeel is moe van zich voortdurend te moeten aanpassen aan de evolutie van de pandemie en de ziekenhuisrichtlijnen. Deze voortdurende veranderingen en het gebrek aan perspectief op middellange/lange termijn zijn bronnen van angst en demotivatie.
Tot slot lijdt het verpleegkundig personeel, met name op intensieve zorg, aan een verlies van zingeving, veroorzaakt door de repetitieve en langdurige, stereotiepe zorg voor COVID-patiënten. Het architecturaal isolement door beschermingsmiddelen en het verlies van sociaal contact met families versterken dit verlies van betekenis.
Het personeel is moe van zich voortdurend te moeten aanpassen aan de evolutie van de pandemie en de ziekenhuisrichtlijnen.
7 op 10 verpleegkundigen in Franstalig België lopen risico op burn-out